50% trager metabolisme primaat en mens oorzaak langere levensduur

Ten opzichte van andere zoogdieren wordt de levenscyclus van mensen en primaten gekenmerkt door een uitzonderlijk laag tempo van groei, reproductie en veroudering. Lange tijd werd gedacht dat dit een evolutionaire strategie was om meer energie te kunnen toebedelen aan het ontwikkelen van grotere hersenen. Onderzoekers hebben nu vastgesteld dat mensen en primaten gemiddeld liefst 50% minder calorieën verbruiken dan verwacht voor zoogdieren van hetzelfde gewicht. Juist de langzame stofwisseling van mensen en primaten blijkt bij te dragen aan de voor ons kenmerkende langzame groei, reproductie en lange levensduur.1

Om de hypothese te testen dat de ‘langzame’ levenscyclus van primaten in verband staat met een langzaam metabolisme, werd de dubbel gelabeld water methode gebruikt om op betrouwbare wijze het energieverbruik van 17 primatensoorten (waaronder de mens) te meten en deze te vergelijken met uitkomsten van andere diersoorten.

Lager energieverbruik niet verklaard door verminderde lichamelijke activiteit

Het verschil in energieverbruik tussen primaten en andere zoogdieren was simpelweg te groot om verklaard te kunnen worden door verschillen in fysieke activiteit. Ter illustratie, traditionele Hadza-jagers uit Tanzania zouden er elke dag nog een marathon bij moeten lopen om te komen aan de niveaus van lichamelijke activiteit van andere zoogdieren. Chimpansees zouden per dag zelfs 48 km meer moeten afleggen, wat meer dan het tienvoudige is van de normale afstand die een chimpansee aflegt, om de vergelijking met andere zoogdieren te kunnen doorstaan.1

Mensen met traditionele levenswijzen, die keihard werken, verbranden niet meer energie dan ieder ander

Een andere opvallende bevinding was dat het energieverbruik van dieren in gevangenschap en die in het wild niet van elkaar verschillen. Dit geeft aan dat in plaats van een lage lichamelijke activiteit, een reductie in het cellulair metabolisme de onderliggende oorzaak is van het verschil in energieverbruik tussen primaten en andere zoogdieren.1 Dit suggereert dat lichamelijke activiteit in mindere mate gerelateerd is aan het energieverbruik dan altijd werd gedacht. “Meer bewegen betekent niet altijd meer energie verbranden. Het zou kunnen dat lichamen gewend raken aan de gehanteerde levensstijl en toewerken naar een vooraf bepaald energetisch setpoint. Mensen met traditionele levenswijzen, die keihard werken, verbranden niet meer energie dan ieder ander”, aldus hoofdauteur Dr. Herman Pontzer.2

Langzaam metabolisme speelt mogelijk belangrijke rol in de evolutie van de mens

Mensen zijn vetter en leven langer dan apen. “Met meer inzicht in hoe het menselijke metabolisme zich verhoudt tot dat van onze naaste bloedverwanten kunnen we begrijpen hoe onze lichamen geëvolueerd zijn en hoe we onze lichamen gezond kunnen houden”, aldus Pontzer.3

Overleven is een stuk gemakkelijker wanneer je efficiënt met je energievoorraden omgaat

Hoe het komt dat primaten zo weinig energie verbruiken is onbekend. Pontzer denkt dat een langzamer metabolisme evolutionair voordeel opleverde in tijden van voedselschaarste. Zo ondergaan orang-oetans langdurige perioden die worden gekenmerkt door een lage beschikbaarheid van fruit. Overleven is dan een stuk gemakkelijker wanneer je efficiënt met je energievoorraden omgaat.4

Uit een recent gepubliceerde analyse van een ander onderzoeksteam blijkt dat de ‘Thrifty genotype hypothesis’ – die stelt dat mensen die vet effectiever opsloegen beter konden overleven en reproduceren ten tijde van schaarste – niet opgaat: wanneer er wordt gecontroleerd voor kwaliteit van de omgeving, dan hadden jager-verzamelaars significant minder – en niet meer – last van perioden van voedselschaarste dan agrariërs en andere modes van bestaan. De auteurs suggereren dat, mocht er zoiets zijn als een ‘thrifty genotype’, de basis hiervoor een recentere oorsprong zou kunnen hebben, namelijk sinds het ontstaan van de agricultuur.5

Door het langzame primatenmetabolisme was de mens als jagende en verzamelende soort niet onderhevig meer aan afwisselende perioden van voedselschaarste

Al het bovenstaande in aanmerking genomen opteer ik voor een andere hypothese. Aangezien wij met de primaten een traag metabolisme gemeen hebben, lijkt het aannemelijker dat onze aanleg daarvoor in een verder verleden ligt. Door het langzame primatenmetabolisme was de mens als jagende en verzamelende soort niet onderhevig meer aan afwisselende perioden van voedselschaarste en kon de menselijke soort nog beter gedijen (in samenhang met een toename in de grootte van de hersenen en een hogere intelligentie).

De eerste agrariërs mochten het dan moeilijk hebben met regelmatig mislukkende oogsten – alle begin is moeilijk – maar deze ontwikkeling in de bestaanswijze heeft er wel toe geleid dat de mensheid momenteel met een overvloed aan energiedicht en verslavend lekker voedsel kampt, waar ze met haar trage metabolisme, in veel gevallen niet goed mee om weet te gaan.

Referenties

  1. Pontzer, H et al. Primate energy expenditure and life history PNAS, DOI: 10.1073/pnas.1316940111
  2. Sluggish metabolisms are key to primates’ long lives http://www.newscientist.com/article/dn24858-sluggish-metabolisms-are-key-to-primates-long-lives.html#.UtZOnPQvQsa
  3. Primates: Now with Only Half the Calories! A New Study by Associate Professor Herman Pontzer http://www.hunter.cuny.edu/communications/pressroom/news/primates-now-with-only-half-the-calories
  4. Vogel, ER et al. Bornean orangutans on the brink of protein bankruptcy. Biology Letters. http://dx.doi.org/10.1098/rsbl.2011.1040
  5. Berbesque JC, Marlowe FW, Shaw P, Thompson P. 2014 Hunter–gatherers have less famine than agriculturalists. Biol. Lett. 10: 20130853. http://dx.doi.org/10.1098/rsbl.2013.0853