Een simpele les in metabolisme

Eiwitten gebruiken we dus vooral als bouwstenen, terwijl vetten en koolhydraten hoofdzakelijk als energiebron worden gebruikt.

Wanneer we koolhydraten innemen dan stijgt onze glucosespiegel en in reactie hierop wordt insuline geproduceerd en stijgt de insulinespiegel in het bloed. Door toedoen van insuline nemen de cellen van ons lichaam glucose op en normaliseert, normaal gesproken, de glucosespiegel binnen twee à drie uur na een flinke maaltijd. Dit is echter niet de enige functie van insuline.

Insuline is namelijk een anabool hormoon met een brede werking. Naast de opname van glucose is insuline betrokken bij de volgende processen in ons lichaam:

  • Opname van glucose in spier, vet en andersoortig weefsel
  • Opslag van glucose als glycogeen in de lever
  • Insuline stimuleert vetsynthese in de lever
  • Insuline remt vetafbraak in het vetweefsel
  • Insuline stimuleert vetsynthese in het vetweefsel
  • Insuline stimuleert koolhydraatoxidatie
  • Insuline stimuleert de opname van aminozuren
  • Insuline stimuleert opname van kalium, magnesium en fosfaationen
  • Insuline speelt een rol in de hersenen en heeft zo effecten op gewichtsregulatie

Voor nu is het belangrijk om te onthouden dat insuline er voor zorgt dat we koolhydraten verbranden en ons lichaam vet opslaat. Insuline zorgt er ook voor dat we de koolhydraten die we niet direct gebruiken opslaan als vet. Zie het onderstaande schema voor een overzicht van de effecten van insuline op het gebruik van de macronutriënten.

Interessant om te weten is dat niet alleen koolhydraten de insulinespiegel doen stijgen, maar dat ook eiwitten een stijging van de insulinespiegel teweeg brengen en dat een combinatie van koolhydraten en vet ook een verhoogde insulinerespons veroorzaakt. Alleen wanneer er enkel vet wordt ingenomen, dan is de insulinerespons praktisch afwezig.

Ga naar: overgewicht; vet of koolhydraten?