Vertering en opname

Ik heb nu de drie macronutriënten besproken. Eiwitten zijn de bouwstenen van ons lichaam. Vetten zijn belangrijk voor energieopslag en hebben belangrijke metabole functies. Koolhydraten zijn een directe bron van energie. Ik wil het nu hebben over hoe de verschillende macronutriënten worden opgenomen door ons lichaam.

Eiwitten

Eiwitten worden in de maag en darm opgeknipt tot aminozuren (eiwitten bestaan uit lange ketens van aminozuren) en dan opgenomen in de darm. Eiwitten komen dus als aminozuren het lichaam binnen en kunnen vervolgens door het lichaam voor allerlei doeleinden gebruikt worden. Er kunnen nieuwe eiwitten van worden gemaakt, maar ze kunnen ook worden gebruikt als energiebron via omzetting in glucose, of worden omgezet en opgeslagen als vet.

Koolhydraten

Koolhydraten krijgen we binnen in de vorm van suiker of zetmeel. Suikers kunnen snel worden opgenomen door de dunne darm, maar zetmeelketens moeten eerst worden afgebroken tot suikermoleculen en kunnen daarna pas worden opgenomen. Koolhydraten komen ons lichaam dus binnen in de vorm van suikers, en dan gaat het hoofdzakelijk om: glucose, fructose en galactose. Glucose is de belangrijkste en meest voorkomende vorm in ons lichaam. Fructose en galactose worden voornamelijk door de lever omgezet in glucose.

Glucose dient als brandstof voor verschillende organen, zoals de spieren en de hersenen. De lever speelt een belangrijke rol in het reguleren van het glucosegehalte in ons bloed. De lever zorgt ervoor dat dit op peil blijft en er zo een constante aanvoer van glucose is richting de hersenen.

Na het eten van een koolhydraatrijke maaltijd stijgt het glucosegehalte in ons bloed. De glucose dient uiteindelijk als brandstof voor de cellen in onze spieren en organen, of kan worden opgeslagen als vet in ons vetweefsel.

Om de cellen binnen te komen is echter hulp nodig van een andere stof, namelijk het hormoon insuline. Insuline wordt geproduceerd in de pancreas, een orgaan dat zich in het lichaam vlakbij de lever bevindt. Wanneer het gehalte aan glucose in ons bloed stijgt dan wordt insuline geproduceerd en in de bloedcirculatie gebracht. Insuline zorgt er vervolgens voor dat onze lichaamscellen de toegenomen hoeveelheid glucose in onze bloedbaan opnemen. Dit is belangrijk, want een constant verhoogde concentratie glucose in ons bloed is toxisch (denk maar aan de gevolgen van diabetes, zoals een verhoogd risico op hart en vaatziekten, neuropathie en blindheid).

Wanneer glucose onze spiercellen binnenkomt, dan kan het direct worden gebruikt of worden opgeslagen als glycogeen (voor later gebruik). Een teveel aan glucose wordt in de vetcel omgezet en opgeslagen als vet.

Vetten

Het opnameproces van vetten begint in de mond, waar linguale lipase de eerste vetzuurketens loskoppelt van de triglyceriden. Dit proces gaat verder in de darm onder invloed van enzymen uit de pancreas. Met behulp van galzouten, die ervoor zorgen dat de vetzuren kunnen worden opgelost, worden de vetzuurketens vervolgens opgenomen in de cellen van de dunne darm. Eenmaal in de dunne darmcellen worden van de inmiddels losse vetzuurketens weer triglyceriden gevormd. Vervolgens worden deze samen met andere vetzuren, lipoproteïnen en cholesterol verpakt tot zogenaamde chylomicronen. De chylomicronen komen uiteindelijk via het lymfatisch systeem in het bloed, zodat de vetzuren naar de cellen getransporteerd kunnen worden.

Uiteindelijk kunnen vetzuren door de cel als brandstof worden gebruikt of als reserve worden opgeslagen in het vetweefsel.

Lees verder over het metabolisme van de macronutriënten